Administraties
Adviezen
Controles en begeleiding
Belastingzaken
Salarisadministraties
Jaarrekeningen
Postbus 5
6675 ZG Valburg
Tielsestraat 62
6675 AE Valburg
T 0488 431801
F 0488 431952
E info@acm-valburg.nl
BTW nr: 8084.05.585.b.01
Kvk nr: 10036367
Becon nr: 365932
Gecertificeerd Lid N.O.A.B.
(Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen)
Gevolgen einde btw-plicht DGA.
Datum: 09-01-2008
De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit de gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie EG van 18 oktober 2007 uiteengezet voor de heffing van omzetbelasting bij directeuren-grootaandeelhouders (dga's).
Het Hof van Justitie EG heeft op 18 oktober 2007 (nr. C-355/06, Van der Steen, V-N 2007/48.19) een prejudiciële vraag over de btw-positie van de directeurgrootaandeelhouder beantwoord van het Gerechtshof te Amsterdam (zie: DGA/enig werknemer is geen belastingplichtige voor de Wet OB). Het antwoord luidt dat een natuurlijk persoon die in naam en voor rekening van een belastingplichtige vennootschap alle werkzaamheden van deze laatste verricht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst die hem aan die vennootschap bindt en waarvan hij overigens enig aandeelhouder, bestuurder en personeelslid is, zelf geen belastingplichtige is. In het besluit (zie bijlage) wordt ingegaan op de belangrijkste gevolgen van dit arrest (zie ook: Btw-ondernemerschap van de directeur-grootaandeelhouder (dga)).
BTW-gevolgen einde ondernemerschap dga
Het einde van het ondernemerschap van de dga voor de omzetbelasting in 2007 - die uit het Van der Steen arrest volgt -, kan verschillende gevolgen hebben. Dit is afhankelijk van de situatie. Het is mogelijk dat de dga die tot 18 oktober 2007 zelfstandig ondernemer was:
* als zodanig is opgenomen in de administratie van de
Belastingdienst;
* als onderdeel is opgenomen van een fiscale eenheid
omzetbelasting bestaande uit de dga en één of meerdere
vennootschappen waarvoor een beschikking is afgegeven
door de Belastingdienst; of
* op grond van het beleidsbesluit van 24 juli 2002 mocht
handelen als ware hij onderdeel van een fiscale eenheid
omzetbelasting die bestond uit de dga en één of meerdere
vennootschappen;
Voor al deze situaties geeft de staatssecretaris in het besluit aan hoe de de omzetbelasting voor de betreffende goederen moeten worden berekend. Achtereenvolgens wordt ingegaan op:
* Gevolgen ondernemerschap voor loondienstwerkzaamheden
DGA
* Gevolgen ondernemerschap DGA voor andere vergoedingen
en werkkamer
* Gevolgen ondernemerschap DGA in periode 27 april 2002 tot
18 oktober 2007
* BTW-gevolgen einde ondernemerschap DGA
* Afrekening einde ondernemerschap
* Betaling voor privé-gebruik
* DGA in fiscale eenheid met één werkmaatschappij
* Gevolgen uittreden DGA uit de FE
* Bijzondere situaties
* Privé-gebruik DGA
* Melding verbreking fiscale eenheid
* Administratieve verwerking Belastingdienst
* Bestelauto's op naam van DGA en BPM/MRB.
BPM bestelauto
Indien een dga als gevolg van het Van der Steen arrest geen btw-ondernemer meer is en een bestelauto op zijn naam heeft staan waarvoor de ondernemersregeling is toegepast vóór 18 oktober 2007 , dan kan het kenteken van deze bestelauto op naam worden gesteld van de vennootschap waarvan hij meer dan de helft van de aandelen bezit (indien deze vennootschap een btw-ondernemer is) of op naam van een andere btw-ondernemer.
Als deze wijziging van de tenaamstelling plaatsvindt, dan betekent dit dat de dga in die situatie geen rest-BPM hoeft te betalen.
Als het kenteken van de bestelauto niet wordt overgeschreven op naam van een btw-ondernemer, moet de dga rest-BPM betalen, te berekenen naar de peildatum 18 oktober 2007, en is hij vanaf die datum moorrijtuigenbelasting verschuldigd.
bron: Ministerie van Financiën