Administraties
Adviezen
Controles en begeleiding
Belastingzaken
Salarisadministraties
Jaarrekeningen
Postbus 5
6675 ZG Valburg
Tielsestraat 62
6675 AE Valburg
T 0488 431801
F 0488 431952
E info@acm-valburg.nl
BTW nr: 8084.05.585.b.01
Kvk nr: 10036367
Becon nr: 365932
Gecertificeerd Lid N.O.A.B.
(Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen)
Beloning en verlof
Datum: 13-03-2009
Na twee jaar ziekte wordt een werknemer de WIA-uitkering geweigerd. Het UWV draagt de werkgever op het loon nog eens 52 weken door te betalen omdat hij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht. De rechtbank in Almelo denkt daar anders over.
Een directeur van een productieafdeling wordt in januari 2005 ziek wegens ernstige psychische klachten. Nadat hij twee jaar ziek is geweest, vraagt hij een WIA-uitkering aan, maar deze wordt hem geweigerd omdat zijn werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht. De werkgever krijgt de opdracht het loon nog 52 weken door te betalen.
De werkgever is het met deze gang van zaken niet eens en maakt bezwaar. De werkgever stelt dat hij mocht afgaan op het advies van de door hem ingeschakelde, gecertificeerde arbodienst dat de werknemer gedurende de gehele wachttijd niet belastbaar was met werk. Hij zag geen aanleiding om aan dat advies te twijfelen. Ook heeft het UWV naar zijn oordeel gehandeld in strijd met de mededeling van de arbeidsdeskundige dat, als er tijdig een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zou worden opgesteld, er geen loonsanctie zou komen. Omdat het bezwaar niets uitricht, gaat de werkgever in hoger beroep.
Oordeel Rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat de enkele omstandigheid dat de werkgever zich overeenkomstig artikel 25, vijfde lid WIA bij de re-integratie laat bijstaan door een gecertificeerde arbodienst, niet betekent dat hij dan zonder meer mag afgaan op de verstrekte adviezen. De rechter wijst daarbij op de bijlage bij de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. Uit deze bijlage blijkt dat het inschakelen van deskundigen niet betekent dat de werkgever zich zonder meer achter de medische beoordeling kan verschuilen. Hij blijft eindverantwoordelijke voor de verzuimbegeleiding en de re-integratie.
Gelet op de summiere berichtgeving van de bedrijfsarts en de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever voor de verzuimbegeleiding, had in dit geval van de werkgever mogen worden verwacht dat hij de verrichtingen van de door haar ingeschakelde arbodienst kritischer had gevolgd. Hij had zowel met de bedrijfsarts als met de werknemer moeten praten om na te gaan welke actie noodzakelijk was voor optimale re-integratie.
De werkgever heeft naar eigen zeggen regelmatig telefonisch contact gehad met de werknemer, maar daarvan staat niets in het dossier. Deze nalatigheden zijn echter onvoldoende om te kunnen constateren dat de werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratieverplichtingen. Daarbij is van belang dat de aanvullende informatie die de bedrijfsarts aan het UWV heeft gegeven, bevestigt dat de bedrijfsarts periodiek heeft gekeken of een herstel of verbetering van de arbeidsmogelijkheden binnen redelijke termijn was te verwachten. Maar vanwege de psychische klachten van de werknemer was daar geen zicht op.
Als het UWV hierover een andere mening had, dan had zij dit in de bezwaarfase moeten onderzoeken. Daarom oordeelt de rechtbank dat het besluit tot verlenging van de loondoorbetaling gedurende 52 weken niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en niet berust op een deugdelijke motivering. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht. De rechter verklaart het beroep gegrond en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen.
Noot redactie
De werkgever stelt dat hij mocht afgaan op het advies van de arbodienst. Uit dit advies zou blijken dat de werknemer gedurende de gehele wachttijd niet belastbaar was met werk. Uit de bezwaarprocedure komt toch een ander beeld naar voren. Er heeft een herbeoordeling plaatsgevonden door de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. Op grond hiervan heeft het UWV in de bezwaarfase geconcludeerd dat de werknemer niet verkeerde in de situatie dat hij op medische gronden in het geheel niet belastbaar was met arbeid. En dus concludeerde het UWV dat de werkgever zich onvoldoende ingespannen had voor de re-integratie.
De bezwaararbeidsdeskundige onderschrijft in haar reportage de opvatting dat de werkgever niet zonder meer op het advies van de arbodienst had mogen afgaan. De werkgever had de verrichtingen van de arbodienst kritisch moeten volgen wat betreft het nakomen van afspraken en door te vragen als de afspraak niet was nagekomen.
De richtlijn voor het handelen met werknemers met psychische klachten was ook niet gevolgd. In het licht van deze bevindingen komt de werkgever er in deze zaak nog genadig van af. Dit komt waarschijnlijk vooral omdat de bedrijfsarts consistent heeft aangegeven dat de werknemer niet in staat was tot (enige vorm van) werkhervatting.
Let op
Een werkgever kan de boot ingaan als hij meent dat hij zonder meer af kan gaan op het advies inzake re-integratie van een door hem ingeschakelde (gecertificeerde) arbodienst of eigen bedrijfsarts. De werkgever heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de verzuimbegeleiding, en dit betekent dat hij zich kritisch en actief moet opstellen.
[ Bron: Gids Online ]